Symbologie - Templates

📘

Templates

Met een Template kan de opmaak van een kaartlaag makkelijk geconfigureerd, aangepast en hergebruikt worden. Een Template kan bij het publiceren van de dataset als kaartlaag worden aangemaakt, zoals in de handleiding Symbologie instellen, maar in deze handleiding wordt de Template van tevoren ingesteld.
Let op! Een SLD kan vooralsnog alleen gebruikt worden bij WMS-kaartlagen.

Zie Figuur 1. Hier is een overzicht van Templates te zien.

  1. Klik eerst op Templates.
  2. Klik vervolgens op Symbology.
  3. Klik vervolgens op +Add om een nieuwe Template toe te voegen. Het is ook mogelijk een SLD te uploaden, maar dit werkt vooralsnog alleen op WMS-kaartlagen.
19201920

Figuur 1 - Het overzicht van "Symbologie - Templates" met alle aangemaakte Templates in de Projectomgeving.

Er wordt nu een Symbology ingesteld. Hiervoor is het nodig een Style Type te kiezen (punt/lijn/vlak/icon/raster) afhankelijk van het type data. Ook het Class Type (Single/Unique/Classified/Custom) dient gekozen te worden. Kies bij een letterlijke 'waarde' voor Unique en bij getallen/jaren o.i.d. voor Classified. Zie Figuur 2. Kies zo nodig ook het aantal classes. Ook het project dient te worden gekozen.

  1. Vul een Name in die herkenbaar is.
  2. Bij het onderdeel Style Type zijn er meerdere keuzes;

    Icon: zorgt voor een template die bij Icon-bestanden gebruikt kan worden.
    Point: zorgt voor een template die bij Punt-bestanden gebruikt kan worden.
    Line: zorgt voor een template die bij Line-bestanden gebruikt kan worden.
    Area: zorgt voor een template die bij Area/Polygon-bestanden gebruikt kan worden.
    Raster: zorgt voor een template die bij Raster-bestanden gebruikt kan worden.

  3. Bij het onderdeel Class Type zijn er meerdere keuzes.

    Single: zorgt voor een enkele symbologie.
    Unique: om unieke waardes onder te verdelen in klasses.
    Classified: om getallen onder te verdelen in klasses. Let op! Deze Class Type is alleen te gebruiken in combinatie met een WMS kaartlaag en om deze te gebruiken, dient 'All other values' uitgezet te worden.
    Custom: om de klasses op een andere manier te verdelen.

  4. Selecteer de Projectomgeving waar het aan moet worden toegevoegd.
  5. Klik tenslotte op Create.
19021902

Figuur 2 - Een nieuwe Template instellen.

Vervolgens verschijnt de aangemaakte Template. Zie Figuur 3.

  1. Klik op Add om waardes toe te voegen.

Klik eventueel op Edit om het type te wijzigen.
Bij Map kan worden aangevinkt of de aangemaakte klasse wel of niet wordt getoond in de kaart.
Bij Legend kan worden aangevinkt of de aangemaakte klasse wel of niet wordt getoond in de legenda.

18951895

Figuur 3 - Het overzicht van een aangemaakte 'Symbologie Template'.

In de onderstaande figuren (4 t/m 8) worden de instellingen voor de verschillende Style Types weergegeven (Point, Icon, Line, Raster, Area). De instellingen gelden voor Class Types 'Unique' en 'Classified'. Volg de uitleg afhankelijk van welk Style Type er is gekozen bij het overzicht zoals in Figuur 2 en ga daarna verder bij de uitleg vanaf Figuur 9.

Symbologie - Point

Figuur 4 laat het overzicht zien in het geval er gekozen is voor Style Type 'Point'.

  1. Geef bij Description een beschrijving, bijvoorbeeld "2010 tot 2020".

  2. Geef bij ValueAsDouble de waarde aan tot 2010-2020 is 2020 invullen.

  3. Bij Type is er de keuze uit:

    Circle
    Triangle
    Rectangle
    Star

  4. Bij Size moet de grootte worden ingesteld (1-10).

  5. Bij Width dient de dikte van de omlijning te worden aangegeven.

  6. Bij Color dient de kleur van de omlijning te worden aangegeven.

  7. Bij Color dient de kleur van de opvulling te worden aangegeven.

  8. Klik tenslotte op Create.

19001900

Figuur 4 - Instellingen voor Symbology indien er gekozen is voor Style Type 'Point'.

Symbologie - Line

Figuur 5 laat het overzicht zien in het geval er gekozen is voor Style Type 'Line'.

  1. Vul bij Description een beschrijving in.
  2. Vul bij ValueAsDouble de waarde in.
  3. Vul bij Width de dikte in van de omlijning.
  4. Vul bij LineDash eventueel 3 waardes in die de lengte en afstand betreffende een stippellijn aangeven.
  5. Selecteer bij Color de kleur van de lijn.
  6. Klik tot slot op Create.
19181918

Figuur 5 - Instellingen voor Symbology indien er gekozen is voor Style Type 'Line'.

Symbologie - Area

Figuur 6 laat het overzicht zien in het geval er gekozen is voor Style Type 'Area'.

  1. Kies bij Description een herkenbare beschrijving.
  2. Kies bij ValueAsDouble de waarde in.
  3. Kies bij Width de dikte van de omlijning.
  4. Kies bij LineDash evt 3 waardes voor stippellijn, 1 voor lengte lijntje, tussenafstand en nogmaals lijnlengte
  5. Kies bij Color de kleur van de buitenlijn.
  6. Kies bij Fill Type voor 'None' zie Symbology - Hatches voor meer uitleg.
  7. Kies bij Color de kleur van de opvulling.
  8. Klik tenslotte op Create.
19151915

Figuur 6 - Instellingen voor Symbology indien er gekozen is voor Style Type 'Area'.

Symbologie - Raster

Figuur 7 laat het overzicht zien in het geval er gekozen is voor Style Type 'Raster'.

  1. Kies bij Description de gewenste beschrijving.
  2. Kies bij ValueAsDouble de waarde in.
  3. Kies de gewenste Color.
  4. Klik tenslotte op Create.
19201920

Figuur 7 - Instellingen voor Symbology indien er gekozen is voor Style Type 'Raster'.

Symbologie - Icon

Figuur 8 laat het overzicht zien in het geval er gekozen is voor Style Type 'Icon'.

  1. Kies bij Description de gewenste beschrijving.
  2. Kies bij ValueAsString de waarde in tekstvorm.
  3. Selecteer bij Icon de knop 'Pick Icon' en kies de gewenste Icon. Zie de handleiding Symbology - Icons voor meer uitleg over het toevoegen van Icons.
  4. Vul voor Anchor een x- en y-waarde in.
  5. Vul eventueel bij Rotation een rotatie in graden in (0-360).
  6. Vul eventueel bij Rotation Field een veld in die de rotatie aangeeft.
  7. Vul bij Rotation Offset een x- en y-waarde in waar omheen gedraaid dient te worden.
  8. Selecteer Lock Rotation om de rotatie te blokkeren.
  9. Kies bij Width de breedte van de Icon.
  10. Kies bij Height de hoogte van de Icon.
  11. Klik tenslotte op Create.
19151915

Figuur 8 - Instellingen voor Symbology indien er gekozen is voor Style Type 'Icon'.

Koppelen Template aan dataset

Vervolgens moet de aangemaakte Template gekoppeld worden aan een Layer. Zie Figuur 9.
Dit kan door van een Dataset een Layer te maken.

  1. Selecteer bij Symbology de optie Template.
  2. Selecteer bij Symbology Template de aangemaakte Template uit de dropdownlijst.
  3. Klik tenslotte op Create.
18501850

Figuur 9 - Het overzicht 'Create Layer', waarbij de aangemaakte Template kan worden toegepast.

Vervolgens verschijnt de Layer. Selecteer Symbology > Attributes > Add. Het overzicht zoals in Figuur 10 verschijnt.

  1. Laat Symbology Attribute zo staan.
  2. Selecteer bij Dataset Attribute het juiste Attribuut uit de dataset.
  3. Klik tot slot op Add.
19171917

Figuur 10 - Koppelen van de Template aan de Layer.


Did this page help you?