Symbologie - Clustering

📘

Clustering

Een 'Cluster' is een samenvoeging van meerdere objecten bij het uitzoomen op de kaart. De samenvoegde objecten worden met een ander icoon weergegeven, waarbij een getal toont hoeveel samengevoegde objecten in de cluster zijn opgenomen. Het gebruik van clustering kan bijvoorbeeld handig zijn bij het visualiseren van een grote hoeveelheid puntdata met bijvoorbeeld supermarkten, bomen of speeltuinen.

Open een Dataset met puntdata in de beheeromgeving en publiceer als kaartlaag met de optie 'Publish'. Zie Figuur 1.

  1. Laad hier de Dataset in.
  2. Geef de kaartlaag een Title
  3. Kies bij de Dataset Service voor de optie WFS.
  4. De reguliere instellingen voor Symbology worden bij Clustering niet gebruikt en overschreven. Deze optie mag dus op 'Single' blijven staan, want het maakt dus niet uit wat hier staat ingevuld.
16941694

Figuur 1 - Het creëren van een kaartlaag op basis van 'WFS'.

De kaartlaag is nu aangemaakt en het overzicht van dien wordt geopend. Clustering wordt nu ingeschakeld. Zie Figuur 2.

  1. Open de tab Clustering
  2. Schakel Clustering in middels de knop Enable.
16981698

Figuur 2 - Het inschakelen van Clustering.

Er opent een nieuw overzicht, waarin Clustering verder geconfigureerd dient te worden.

  1. Kies bij DatasetAttributedId eventueel een specifiek attribuut waarop de Clustering gebaseerd dient te worden.
  2. Met Distance kan de afstand in pixels tussen de iconen worden ingesteld vanaf waar Clustering dient te werken.
  3. Met InteractionType kan gekozen worden uit pop-up of zoom:

    Pop-up toont de attribuutwaardes bij aanklikken.
    Zoom maakt het object 'niet-aanklikbaar'.

  4. Selecteer Enable.
16931693

Figuur 3 - Het instellen van de clustering.

Clustering is nu geconfigureerd separaat icoon dient ingesteld te worden voor het tonen van een Cluster.
Zie hiervoor Figuur 4.

  1. Ga hiervoor in het Layer-overzicht naar Symbology.
  2. Kies de knop Edit Symbology.
    Let op! Clustering wordt niet op kaart getoond als er geen separaat icoon is ingesteld.
16961696

Figuur 4 - Een icoon toevoegen bij 'Edit Symbology'.

Om een icoon in te stellen moet de symbologie worden bewerkt. Zie Figuur 5.

  1. Klik op Edit.
16861686

Figuur 5 - Bewerken van de symbology om er een icon te selecteren.

Er wordt nu voor 'Icon' gekozen als Style Type in plaats van een punt. Zie Figuur 6.

  1. Selecteer bij Style Type Icon. De rest van de instellingen (Name, Class Type, Project) kunnen zo worden gelaten.
  2. Klik vervolgens op Save.
16861686

Figuur 6 - Een Icon in plaats van point selecteren

In het overzicht moet de gewenste Icon gekozen worden. Zie hiervoor Figuur 7.

  1. Klik bij Style op Edit.
16861686

Figuur 7 - Het kiezen van de juiste Icon.

Nu dienen de instellingen van het icoon gekozen te worden. Zie Figuur 8.

  1. Geef bij Description een naam.
  2. Klik bij Icon op Pick Icon. Een overzicht verschijnt. Kies een icoon dat past bij de soort kaartlaag.
  3. Deze instellingen worden genegeerd bij Clustering en kunnen zo blijven staan.
  4. Klik tot slot op Save om de instellingen op te slaan.
    Klik daarna op Back to overview om terug naar het overzicht van de kaartlaag te gaan.
16861686

Figuur 8 - Het instellen van het icoon.

Een Label wordt ingesteld zodat de cluster ook het aantal objecten weergeeft. Zie Figuur 9.

  1. Klik op Label.
  2. Klik op Enable.
16911691

Figuur 9 - Het instellen van een label.

Vervolgens verschijnt het menu, waarin allerlei labelinstellingen ingesteld kunnen worden. Zie Figuur 10.

  1. In Dataset Attribute kan worden gekozen uit een bestaande 'Dataset Attribute', die het label zal weergeven.
  2. Fontsize geeft de lettergrootte aan.
  3. Color geeft de kleur van de tekst aan.
  4. Anchor geeft de plek waar de tekst moet komen aan.
  5. Vul bij Offset de horizontale en verticale afstand in pixels tot de icoon in.
  6. Rotation Type geeft weer op welke wijze de rotation gedefinieerd is; ofwel handmatig in graden (Degrees) ofwel op basis van een attribuut (Dataset Attributes).
  7. Vul bij Rotation het aantal graden van draaiing in.
  8. Met Lock Rotation kan de draaiing worden geblokkeerd. Doormiddel van Lock Rotation kan de draaiing worden geblokkeerd. De Icon draait dan niet mee als de kaart wordt gedraaid.
  9. Klik tot slot op Create.
16501650

Figuur 10 - De instellingen bij het inschakelen van een label.

Figuur 11 toont het resultaat van de ingestelde Clustering.

19201920

Figuur 11 - Voorbeeld van clustering. In het figuur is te zien dat bij het gehighlighte icoon 12 objecten zijn samengevoegd tot één cluster en daarom met een ander icoon worden weergegeven.


Did this page help you?