📘

Tekenen

Met de tekenfunctie kunnen tekenbare lagen in de Viewer worden aangepast. Objecten kunnen worden ingetekend, verplaatst of verwijderd worden. De administratieve gegevens kunnen ook worden gewijzigd middels deze functie.

In figuur 1 wordt getoond, hoe de tekenmodule eruit ziet. Vanaf figuur 2 wordt per onderdeel verder uitgelegd welke mogelijkheden er zijn.

  1. Selecteer hier de tekenbare laag. Middels de dropdown kunnen de tekenbare lagen gekozen worden.
  2. Hierbij verschijnt afhankelijk van de gekozen tekenlaag de keuze uit polygoon tekenen of punt intekenen.
  3. Selecteer hier een punten-, lijnen- of polygonen-vlak.
  4. Kenmerken wijzigen. Bruikbaar om bijvoorbeeld het object te verplaatsen.
  5. Attributen wijzigen. Bruikbaar om administratieve gegevens te wijzigen.
  6. Verwijderen van het object.
19201920

Figuur 1 - Het beginoverzicht van de tekentool.

In Figuur 2 is de laag 'Deventer' geselecteerd. Dit is een puntenlaag.

  1. Klik op punten toevoegen op de gewenste plek. Het venster 'attributen wijzigen' komt klaar te staan.
  2. Hier verschijnen de attribuutveld(en) die zijn toegevoegd in datasets en zijn ingesteld op editable.
  3. Er verschijnt een dropdownlijst met de keuze of er een tekstveld wordt weergegeven die zelf in ingesteld kan worden. Sommige vakken zijn vereist (nullable), andere niet.
  4. Klik vervolgens op Opslaan.
    In het geval van een polygonenvlak zijn dezelfde stappen aan te houden.
19171917

Figuur 2 - Het venster dat verschijnt voordat een nieuw punt of polygoon ingetekend kan worden.

Figuur 3 geeft de volgorde voor het Verwijderen van een object weer.

  1. Kies de juiste laag.
  2. Klik op het pijltje.
  3. Selecteer een polygoon, punt of lijn, deze wordt gemarkeerd.
  4. Daarna is het mogelijk een actie uit te voeren bijvoorbeeld Verwijderen. Voor de functies Kenmerken wijzigen en Attributen wijzigen is het het makkelijkst deze rechtstreeks te gebruiken en is selecteren niet nodig.
  5. Klik op Verwijderen om de actie te bevestigen.
19171917

Figuur 3 - Een attribuut verwijderen.

Kenmerken wijzigen is een functie die zorgt voor het verplaatsen van een object of het aanpassen van de vorm in geval van een polygonenvlak. Zie Figuur 4.

Selecteer eerst een punt/vlak/lijn afhankelijk van de gewenste laag.
Vervolgens zijn er een aantal opties:

  1. Opslaan. Bij het verplaatsen of punten wijzigen gebeurt dit automatisch.
  2. Verplaatsen. Hiermee kan een vak worden verplaatst.
  3. Punten wijzigen. Hiermee kan de vorm van een polygoon worden aangepast.
  4. Ongedaan maken. Hiermee kan de net aangebrachte wijziging weer ongedaan gemaakt worden.
19181918

Figuur 4 - Kenmerken van attributen wijzigen. De omlijning geeft de knop "Kenmerken Wijzigen" weer.

Attributen wijzigen is bruikbaar om (administratieve) gegevens aan te passen.

  1. Klik eerst op de rode omlijnde knop. Zie Figuur 5.
  2. Vervolgens verschijnt het menu Attributen Wijzigen. Vul in de velden de betreffende wijzigingen in.
  3. Klik op Opslaan.
19171917

Figuur 5 - De functie 'Attribuut wijzigen'.


What’s Next
Did this page help you?