Data in kaart brengen

šŸ“˜

Data in kaart brengen

Na deze tutorial weet je:

  • Hoe je een Shapefile upload
  • Hoe je hier een kaartlaag van maakt
  • Hoe je hier andere data aan koppelt
  • Hoe je deze data in kaart brengt en naar wens instelt

Hiervoor maak je gebruik van de data uit de handleiding Exceldata voorbereiden.

We gaan hierbij uit van een Nederlandse kaart. Zie de handleiding Coƶrdinatenstelsels & Projecties voor meer informatie over andere coƶrdinatenstelsels.

Provinciekaart

In de vorige handleiding heb je Exceldata voorbereid. Deze dataset heeft een attribuut met provincies, maar nog geen data voor de geografische ligging. Hiervoor zul je een Shapefile met de provinciekaart nodig hebben. Deze is beschikbaar op https://www.mapservices.nl/producten/provinciekaart/.

  1. Vul je gegevens in en start de gratis download.
  2. Ga naar je beheeromgeving > Datasets en kies 'Upload dataset' > Shapefile.
  3. Pak het zip-bestand uit in de verkenner en sleep de Shapefile in het gele vak .
  4. Klik na de upload op 'Next'.
1692

Figuur 1 - Shapefile uploaden

Kies nu de basisinstellingen voor deze dataset.

  1. Kies hetzelfde project waarin ook de exceldataset zit.
  2. Geef de dataset de naam 'Provinciekaart'.
  3. Kies als EPSG Code voor 28992.
  4. Klik op 'Create'.
1699

Figuur 2 - Dataset instellen

Wacht nu de publicatie af. Vervolgens kun je direct een kaartlaag van de dataset maken in het overzicht 'Create Layer'.

  1. Geef ook de kaartlaag de naam 'Provinciekaart'.
  2. Kies als Dataset Service voor WMS.
  3. Laat dit hokje uitgevinkt staan. In dit geval is het geen basiskaartlaag.
  4. Kies als Symbology voor 'Single'
  5. Laat ook dit hokje uitgevinkt staan. In dit geval is er geen sprake van meerdere typen geometrie.
  6. Selecteer tot slot 'Create'.
1696

Figuur 3 - Kaartlaag aanmaken

Het kaartlaagoverzicht zal nu vanzelf worden geopend. Voordat je de kaartlaag aan een kaart toevoegt ga je de dataset voor de provinciekaart koppelen met de dataset uit Exceldata voorbereiden. Zo is alle data gekoppeld aan een enkele kaartlaag mƩt geografische ligging.

Dataset updaten

Het koppelen van datasets noemen we ook wel het 'joinen' van datasets. Je koppelt 2 datasets (waarvan vaak Ć©Ć©n met- en Ć©Ć©n zonder geografische ligging) op basis van een overeenkomend attribuut. Dit kunnen namen, IDs of specifieke waarden zijn. Het is van belang dat dit voor elk object een unieke waarde is, zodat dit op het juiste attribuut gekoppeld wordt.

In dit geval zijn dat de provincienamen, alleen is de notatie voor de attribuutwaarde 'Friesland' nog niet voor beide datasets gelijk. Dat moet dus eerst worden opgelost.

  1. Navigeer naar het datasetoverzicht van de exceldataset (Regionale Kerncijfers Bevolking).
  2. Selecteer 'Download Excel'.
1903

Figuur 4 - Downloaden Excel

  1. Selecteer de cel FryslĆ¢n en maak er 'Friesland' van. Controleer direct of er geen spaties voor of achter de andere provincienamen staan.
  2. Sla het bestand op op een plek waar je deze makkelijk terug kunt vinden.
1919

Figuur 5 - Wijzigen naam in Excel

De dataset moet nu worden geĆ¼pdatet.

  1. Indien je de betreffende Dataset niet meer voor je hebt, open deze opnieuw via de tab 'Datasets'.
  2. Selecteer 'Update'.
1903

Figuur 6 - Dataset updaten

Je kunt nu de data gaan overschrijven met het nieuwe bestand.

  1. Sleep het vernieuwde Excelbestand in het gele vlak.
  2. Selecteer 'Next'.
1920

Figuur 7 - Hernieuwde dataset uploaden

In het volgende scherm kun je simpelweg naar beneden scrollen en op 'Create' klikken. De naam van de dataset en de attribuutnamen mogen ongewijzigd blijven. Klik tot slot op 'Review your newly updated Dataset'.

Het datasetoverzicht wordt nu weer geopend. Eventueel kun je voor het attribuut 'Provincie' via 'Values' de oude waarde 'FryslĆ¢n' verwijderen maar dit is niet nodig.

Datasets joinen

  1. Ga terug naar het datasetoverzicht van de Provinciekaart door via de tab 'Datasets' het juiste project te selecteren en daarin voor de dataset 'Provinciekaart' te kiezen.
  2. Kies de tab 'Joins'.
  3. Selecteer '+Add'.
1919

Figuur 8 - Joins selecteren

Er opent een overzicht waarin de instellingen voor de join gekozen moeten worden.

  1. Selecteer 'Pick dataset' en kies de dataset met Exceldata welke je in de vorige tutorial hebt aangemaakt.
  2. Kies als prefix 'join_'. Deze prefix wordt toegevoegd aan de attribuutnamen voor de gekoppelde attributen.
  3. Kies als 'Join attribute' voor provincie en kies ook als 'Reference attribute' voor provincie.
  4. Selecteer 'Create'.
1693

Figuur 9 - Join tot stand brengen

De tab 'Joins' in het datasetoverzicht wordt nu weer geopend en er verschijnt een melding die aangeeft dat de koppeling succesvol tot stand is gebracht. De gekoppelde attributen zullen nu ook verschijnen onder de attributen tab van de dataset 'Provinciekaart'.

Kaartlaag aan kaart toevoegen

  1. Open de kaartlaag van de 'Provinciekaart' vanuit de onderliggende dataset of via de tab 'Layers'.
  2. Selecteer '+Add to map'.
1920

Figuur 10 - Kaartlaag aan kaart toevoegen

Zoek hierin het betreffende project en de aangemaakte kaart.

  1. Selecteer voor de aangemaakte kaart de onderliggende themakaart.
  2. Kies '+Add Layer'.
1090

Figuur 11 - Gewenste themakaart kiezen

  1. Navigeer nu terug naar de aangemaakte kaart en kies de themakaart waar de kaartlaag aan toegevoegd is.
  2. Selecteer 'Preview'.
1918

Figuur 12 - Openen van themakaart

De kaart zal openen op de locatie zoals je die hebt ingesteld in de tutorial 'Maak een nieuwe kaart'.

Symbologie

De kaartlaag zal nu slechts Ć©Ć©n kleur bevatten. De volgende stap is om een unieke kleur te gebruiken voor elke provincie. Open hiervoor de bewerkmodus.

  1. Selecteer 'Settings' onder de legenda.
  2. Kies voor 'Edit map'.
1918

Figuur 13 - Bewerkmodus starten

De bewerkmodus is nu geopend.

  1. Selecteer de 3 puntjes naast de kaartlaag.
  2. Kies 'Options'.
1918

Figuur 14 - Opties in bewerkmodus kiezen

Nu kun je de symbologie naar wens in gaan stellen.

  1. Verander het type symbologie naar 'Unique'.
  2. Kies als symbologie-attribuut voor 'provincie'.
  3. Klik op 'Classify' om elke provincie een willekeurige kleur toe te wijzen.
  4. Vink 'Other values' uit en controleer of de willekeurig toegewezen kleuren niet teveel op elkaar lijken. Indien dit wel het geval is kan de kleur worden bewerkt door erop te klikken en een nieuwe kleur te selecteren met de colorpicker.
  5. Scroll naar beneden en kies 'Save'.
    De symbologie wordt nu in de kaart en in de legenda weergegeven.
618

Figuur 15 - Symbologie classificeren

Open nu opnieuw de tab 'Settings' en kies voor 'Stop editing map' op dezelfde plek als waar je de bewerkmodus gestart hebt. Klik vervolgens daarboven op de knop 'Manage' om terug te gaan naar de beheeromgeving voor de laatste stap.

šŸ‘

Symbologie ingesteld

Je hebt nu geleerd hoe je symbologie instelt vanuit de bewerkmodus, maar het kan eventueel ook vanuit de beheeromgeving. Voor meer informatie hierover kun je de handleidingen onder Symbology gebruiken.

Pop-ups instellen (objectinformatie)

Je bent nu weer teruggekeerd naar de beheeromgeving en hebt het overzicht van de betreffende themakaart voor je.

  1. Selecteer hier weer de kaartlaag 'Provinciekaart' of navigeer hiernaartoe via de menubalk.
  2. Open de tab 'Object Information'.
  3. Selecteer 'Enable'.
1919

Figuur 16 - Pop-up inschakelen

De basisinstellingen voor de pop-up moeten nu worden gekozen.

  1. Kies voor een tab met alle attributen.
  2. Kies als type titel voor 'Layername'.
  3. Selecteer 'Create'.
1695

Figuur 17 - Pop-up instellingen kiezen

Selecteer de knop 'Select attributes'.

1652

Figuur 18 - Attributen selecteren

Maak nu een selectie naar wens.

  1. Kies welke attributen je in de pop-up wilt weergeven en geef zo nodig verduidelijkende namen onder de tab 'Alias'.
  2. Klik tot slot op 'Save'
1902

Figuur 19 - Attributen selecteren en hernoemen

Open nu opnieuw de kaart door in het kaartlaagoverzicht op het meest rechtse tabje 'Maps' te klikken, de kaart te selecteren en op 'Preview' te klikken.

Wanneer je een provincie aanklikt zullen de geselecteerde gegevens in de pop-up verschijnen.

1919

Figuur 20 - Pop-up in de Viewer

Voor eventuele verdere mogelijkheden wat betreft pop-ups, zoals het instellen van de grootte, kun je de handleidingen onder Instellen Pop-ups gebruiken.

šŸ‘

De data is in kaart gebracht

Je hebt de data in kaart gebracht door de Exceldata aan een Shapefile te koppelen. Hierbij heb je geleerd hoe je een dataset updatet en hoe je Joins gebruikt. Ook heb je de kaartlaag in kaart gezet en symbologie en pop-ups ingesteld.