Tekenbare kaartlaag maken

📘

Lege tekenbare dataset & kaartlaag instellen

Door een lege dataset in te stellen kan een tekenbare kaartlaag aangemaakt worden. Dit is handig indien de gegevens ingevuld moeten worden door een gebruiker in de Viewer. De gebruiker kan dan in de Viewer een punt of vlak intekenen en de objectinformatie daarbij invullen.

In deze 'How To' worden de volgende onderdelen uitgelegd:

Lege Dataset instellen

Voor het instellen van de lege Dataset moet het overzicht Datasets worden geopend in de juiste projectomgeving. Zie Figuur 1.

  1. Ga in het juiste Project naar Datasets.
  2. Klik op Create empty dataset.
19181918

Figuur 1 - Overzicht datasets in de projectomgeving.

Vervolgens verschijnt het overzicht zoals in Figuur 2. Hier dienen instellingen zoals Name, Project en EPSG Code te worden gekozen.

  1. Project: kies in welk project de lege dataset moet komen.
  2. Geoserver Workspace: hoeft niet meer te worden aangepast.
  3. Name: geef de dataset een naam.
  4. EPSG Code: standaard staat 28992 (nieuwe Rijksdriehoekstelsel) ingesteld. Wijzig deze afhankelijk van de gewenste projectie.
  5. Klik op Create.
19191919

Figuur 2 - Het overzicht voor het instellen van een lege dataset.

Het overzicht van deze aangemaakte Dataset verschijnt, zoals in Figuur 3.

  1. Klik op Attributes.
  2. Klik op Add.
    Vervolgens kunnen de gewenste attributen worden toegevoegd.
19191919

Figuur 3 - De net aangemaakte dataset, waar nog attributen aan toegevoegd moeten worden.

Het overzicht zoals in Figuur 4 verschijnt.

  1. Parent Dataset Attribute: kies 'None' bij lege tekenbare dataset.
    Bekijk eventueel de uitleg bij Figuur 5 voor het toevoegen van Foto's of bestanden.
  2. Datasetattribute Source: kies 'None' bij lege tekenbare dataset. Deze instelling is van toepassing bij External Sources.
  3. Attribute: geef het attribuut een naam.
  4. Alias: geef eventueel een (herkenbare) naam.
  5. Type: kies hier het type attribuut. Bekijk indien nodig de extra uitleg onder Figuur 4.
  6. Unit: geef eventueel de eenheid van het attribuut aan. (Jaar, m2, KwH, €)
  7. Domain List: vink aan voor het instellen van een dropdownlijst.
  8. Klik op Create.
19191919

Figuur 4 - Overzicht toevoegen attribuut aan dataset.

Eventueel: Toevoegen bestand of afbeelding

📘

Extra uitleg Type:

  1. String: tekstveld
  2. Short: tekstveld
  3. Long: tekstveld
  4. Float: numeriek veld met decimalen met kleinere precision (Float is een kleiner veld dan Double).
  5. Double: numeriek veld met decimalen met grotere precision (Double is een langer veld dan Float).
  6. Boolean: datatype met mogelijkheden 'waar' en 'onwaar'.
  7. DateTime: combinatie van date en time veld.
  8. Date: datum (dag, maand, jaar).
  9. Time: tijdseenheid (uur, minuut, seconde).
  10. Integer: numerieke waarde, zonder decimalen.
  11. Computed: (query) mogelijkheid formule in te vullen om iets te berekenen.

Deze stap wordt eventueel gebruikt, indien een foto of bestand moet worden geüpload. Zie Figuur 5. Klik nu voor de tweede keer op Attributes>Add. Zie Figuur 3. Hetzelfde scherm als Figuur 4 verschijnt weer.

  1. Parent Dataset Attribute: selecteer 1e keer 'none', nu bij 2e keer 'ogc_fid'.
  2. Datasetattribute Source: laat in het geval van een lege tekenbare dataset op 'None' staan. Deze instelling is van toepassing bij External Sources.
  3. Attribute: kies eigen unieke naam.
  4. Alias: kies eventueel extra naam.
  5. Type: kies uit:

    Image (afbeelding).
    Document (PDF, Excel, Word).
    HTML.

  6. Is External Url: vink aan indien dataset afkomstig is van een externe bron; in dit geval leeg laten.
  7. Postfix: soort bestand aangeven. (Bij een foto bijvoorbeeld .jpg of .png, bij bestand bijvoorbeeld .pdf, .xls)
19171917

Figuur 5 - Het aanmaken van een attribuut voor het toevoegen van een bestand of foto.

In het overzicht Attributes van de betreffende Dataset zijn de aangemaakte attributen terug te vinden. Van deze attributen wordt een dropdownlijst gemaakt voor het intekenen.

Eventueel: Toevoegen Values voor dropdownlijst bij intekenen

Eventueel kunnen er ook Values aangemaakt worden. Dit is handig als er een beperkt aantal waardes zijn, die van tevoren al bekend zijn. Deze kunnen dan gebruikt worden via een dropdownlijst bij het intekenen met Draw.

Klik op Values.

19181918

Figuur 6 - Overzicht van de aangemaakte attributen.

Door middel van +Add is het mogelijk om een aantal attribuutwaardes aan te maken. Zie Figuur 7.

  1. Geef bij Attribute Value de waarde op.
  2. Geef bij Display Value de zichtbare (alias)waarde op.
  3. Geef door het aanvinken van Editable Attribute Value aan of de attribuutwaarde bewerkbaar is.
    Klik vervolgens op Create.
19191919

Figuur 7 - Values voor een attribuut.

Via de knop 'Create Unique Template' kan er eenvoudig een Symbology Template gemaakt worden voor de ingestelde Values.

Eventueel: Aanmaken Template op basis van Values

Na het aanmaken van alle waardes, is het mogelijk een template hiervan te maken. Zie Figuur 8.

  1. Klik op 'Create Unique Template' om een nieuwe template aan te maken.
  2. Selecteer point/polygon/line, afhankelijk van wat van toepassing is.
  3. Klik vervolgens op Save.
594594

Figuur 8 - Aanmaken van een Template.

Vervolgens verschijnt in het groen dat de Template succesvol is aangemaakt.
Klik eventueel op de naam van deze nieuwe Template (blauwe tekst) om de symbologie verder aan te passen naar wens. Zie Figuur 9.

16911691

Figuur 9 - Melding van een succesvol aangemaakte template.

Klik tot slot op 'Back to List'.

Publiceren van Layer en verder instellen

Klik op 'Publish'. Zie Figuur 10.

16931693

Figuur 10 - Publiceren van de Layer.

Maak er vervolgens een Layer van. Zie Figuur 11 voor de instellingen.

  1. Voer de titel van de Layer in.
  2. Voer bij Dataset service WFS in om er een 'Tekenbare laag' van te maken.
  3. Laat Base Layer uit staan. Dit is hier in principe niet van toepassing.
  4. Kies een Geometry Type:

    Line: om een lijn-tekenlaag te maken.
    Polygon: om een vlak-tekenlaag te maken.
    Point: om een punten-tekenlaag te maken.

  5. Symbology:

    Single: gebruik een enkele symbologie.
    Unique: kies een dataset attribute met verschillende waardes waar aparte symbologieën op moeten worden toegepast.
    Upload SLD: gebruik SLD-bestand (bijv. QGIS) en vink vervolgens pixel of millimeter aan.
    Template: kies bij Symbology Template een Template uit de dropdownlijst die al is toegevoegd in de omgeving.

  6. Klik op Create.
16941694

Figuur 11 - Instellen van de Layer.

Vervolgens verschijnt het overzicht van de Layer. Zie Figuur 12.
1 en 2 zijn alleen van toepassing bij gebruik van een Template.

  1. Klik op Symbology om dit menu te openen.
  2. Klik op Add, vul de juiste attribuutkoppeling in bij 'Dataset Attribute', en klik weer op Add.
  3. Klik vervolgens op Draw om de laag tekenbaar te maken. Dit is nodig omdat het een lege dataset is waarin getekend moet kunnen worden.
16721672

Figuur 12 - Overzicht van de aangemaakte layer, waar een tekenbare laag van gemaakt wordt.

Bij Draw Action kan nu door middel van vinkjes bij de volgende onderdelen aangegeven worden welke rechten moeten worden toegepast:
Point: het mogen inprikken van een nieuw punt.
Edit Attribute: het mogen bewerken van attribuutwaarden in bestaande objecten.
Edit Feature: het mogen wijzigen van kenmerken van bestaande objecten (verplaatsen).
Copy: het mogen kopiëren van bestaande layers.
Delete: het mogen verwijderen van bestaande objecten.
Scroll, zodra deze instellingen naar wens zijn toegepast, naar beneden en selecteer 'Edit attributes'.

16461646

Figuur 13 - Overzicht rechten voor tekenen. Via 'Edit attributes' kunnen de instellingen per attribuut worden gewijzigd.

Vervolgens verschijnt het overzicht Edit Attributes.

  1. Select: vink bewerkbare attributen aan.
  2. Geef bij 'Editable attribute type' het type veld (String, Static, Integer, DateTime) aan.
  • String: tekstveld.

    Textfield: een veld waarin getypt kan worden.
    Dropdown: een lijst met bestaande waardes waaruit gekozen kan worden. Wanneer er geen waardes in values zijn gekozen niet voor dropdown kiezen.

  • Static: geeft een niet-aanpasbaar attribuut. (Handig voor bijvoorbeeld objectinformatie die plaatsaanduiding geeft o.i.d.)
  • Integer: voor een veld waar alleen een getal ingevuld kan worden.
  • DateTime: een DateTime-attribuut wordt in principe automatisch herkend en is niet-aanpasbaar.
  1. Default Value: standaardwaarde, kan worden ingevuld bij Textfield en Integer, niet bij Dropdown en Static. Gebruik dit om waardes die vaak nodig zijn automatisch in te laten vullen.
  2. Nullable: vink deze aan indien dit vak leeg mag blijven. Zo niet, dan moet dit vak verplicht worden ingevuld.
  3. Klik tot slot op Save.

Tekenen in de Viewer

De lege tekenbare Layer is nu ingesteld en het resultaat is nu te zien in de Viewer. Zie Figuur 14.
Om te 'tekenen':

  1. Selecteer de betreffende laag in de Map.
  2. Klik op 'punten selecteren'.
  3. Selecteer de gewenste plek op de kaart.
  4. Vul de gegevens voor het attribuut in.
  5. Klik tot slot op Opslaan.
15901590

Figuur 14 - Het attribuutoverzicht bij het inprikken van een nieuw object.


Did this page help you?