Configureren van externe dataset-attributen

GeoApps ondersteund de mogelijkheid om attributen op te halen vanuit een Rest-api welke op basis van json communiceert, waarbij een of meerdere attributen worden gebruikt voor het uitvoeren van een Rest-request (zowel GET als POST is ondersteund). Deze attributen kunnen hierna gebruikt worden in bijvoorbeeld de popup voor het uitbreiden van de informatie van een dataset, zonder deze gegevens direct te moeten uploaden (bijvoorbeeld bij het gebruik van sensordata, een API met externe rekenregels, etc).

De configuratie van een externe databron bestaat uit drie onderdelen:

  1. Het aanmaken van de externe databron
  2. Het koppelen van attributen die meegestuurd worden naar de externe service
  3. Het aanmaken van de attributen die opgehaald worden uit de externe databron

1. Het aanmaken van de externe databron

Het configureren hiervan vindt plaats onder het betreffende dataset, op het tabblad External sources. Bij het aanmaken van de externe source dient aangegeven te worden welke url geraadpleegd moet worden, of het een GET of POST aanroep is en of de resultaten gecached mogen worden door GeoApps en voor hoe lang.

2. Het koppelen van attributen die verstuurd worden naar de externe databron

Na het aanmaken van de externe databron kunnen op de detailpagina attributen toegevoegd worden. Hierbij wordt de naam van de parameter opgegeven, met welk attribuut deze gevuld dient te worden uit het dataset en welke testwaarde gebruikt dient te worden. Ook kan worden aangegeven of het een tekstuele, numerieke of decimale waarde betreft, zodat deze in een json-bericht dat gebruikt wordt bij de POST correct wordt genoteerd.

Nadat de attributen correct geconfigureerd zijn zal op de detailpagina onder 'Test result' het json-resultaat verschijnen van de aanroep op basis van de testwaarden. Hiermee kan geverifieerd worden of de koppeling correct tot stand gebracht is.

3. Het aanmaken van de attributen die opgehaald worden uit de externe databron

Als laatste stap kan onder het tabblad Attributes een of meerdere attributen worden aangemaakt welke worden opgehaald uit de externa databron. Bij het aanmaken van een attribuut dient als Source gekozen te worden voor de aangemaakte databron uit stap 1. De naam die voor het attribuut gebruikt wordt dient overeen te komen met de parameter in het json-bestand die teruggestuurd wordt.


Did this page help you?