Grafieken configureren

Grafieken configureren

Maak grafieken om je data te tonen als lijn-, staaf-, donut- of taartdiagram. Gebruik de standaard-grafieken of stel je eigen kleuren in. In deze tutorial leggen we uit hoe je de grafieken configureer.

Configureer object-informatie om grafieken te tonen in je kaart

  1. Zorg als eerste dat je dataset numerieke attributen bevat, alleen dan kunnen we grafieken genereren.
  2. Ga naar een Layer en kies voor object-informatie.
  3. Klik op Enable of kies voor Add Tab als je al object-informatie heb geconfigureerd.
  4. Kies een titel en kies nu voor de style Chart en vervolgens voor het type grafiek. Afhankelijk van het type krijg je de optie om kleuren en labels in te stellen. Voor een lijn- en straafdiagram kun je één kleur kiezen, een label voor de y-as en een maximum waarde voor de y-as.
  5. Kies een Width en Height. Het is aanbevolen om een hogere waarde te kiezen dan de standaard. Bijvoorbeeld 600 voor de width en 300 voor de height.
  6. Klik op Save.
  7. Ga nu naar je zojuist aangemaakte tab en kies voor Select attributes.
  8. Kies de attributen waarvan je de waarden wilt tonen in de grafiek en geef optioneel een alias. Klik op Save.
  9. Als je een taart- of donutdiagram maakt kun je voor elk attribuut een kleur kiezen. Klik op edit naast het attribuut en kies vervolgens een kleur. Als je geen kleuren kiest worden de standaard kleuren gebruikt.
  10. Ga nu naar de kaart en bekijk je grafieken.

Voorbeeld van een lijngrafiek


Did this page help you?